Drie vragen aan Walter Torfs, BNP Paribas Fortis, over creativiteit

News

De digitalisering biedt nieuwe mogelijkheden voor creativiteit op vlak van reclame. Walter Torfs, Communicatiedirecteur bij BNP Paribas Fortis en Voorzitter van de UBA Expert Community Paid Media, geeft zijn kijk op deze veranderingen en op de evolutie van de relatie tussen adverteerders en hun bureau's.

Heeft creativiteit veel veranderd in de evolutie van reclame?

Ik denk dat de publiciteit zelf enorm veranderd is. Als we teruggaan tot 2010, toen Steve Jobs de iPad aan de wereld voorstelde. Ik zeg niet dat het daar begonnen is, maar als we even teruggaan, dan zien we dat het vanaf dan sneller geëvolueerd is. Hierdoor is onze mediamix sterk verbreed.

Heeft dat een impact op creativiteit? Jazeker, want deze nieuwe media vraagt ook om creativiteit. Creativiteit is uiteindelijk de trigger waarop een consument zal kijken, luisteren, lezen of klikken. 

Heeft het digitale een impact gehad op de creativiteit?

Absoluut! Het digitale heeft ons een heleboel nieuwe media, de online media, meegebracht. Tien jaar geleden kenden we digitale media enkel als een banner. Ondertussen hebben we een heleboel mogelijkheden. Die vragen allemaal dat er een aangepaste crea gemaakt wordt omdat het nog steeds een heel belangrijk aspect is.

Welke impact had dit op de samenwerking tussen agentschappen en adverteerders?

Ik denk dat er, zoals we daarnet al aangekaart hebben, een hele revolutie aan de gang is door de digitalisering. Hierdoor zullen we op een andere manier moeten samenwerken met de agentschappen. Vandaar dat we tijdens de voorbije expert community de agentschappen hadden uitgenodigd om hierover te discussiëren. Tijd is ook een heel belangrijk aspect. We zullen dus moeten gaan naar meer agile vormen van samenwerken waardoor op een veel kortere termijn kan afgestemd worden over de crea, die erg belangrijk blijft. Maar er is steeds minder tijd om deze crea te ontwikkelen. Dat is nu een van de aspecten van de digitalisering.

Expert community Paid Media 3 questions