AI in advertising: nieuwe richtlijnen voor transparantie en verantwoord gebruik
Om het Belgische reclame-ecosysteem te helpen AI op een verantwoorde manier te gebruiken, publiceren de Raad voor Reclame en zijn ledenverenigingen, waaronder UBA, nieuwe richtlijnen over transparantie, bekendmaking en het verantwoord gebruik van AI. Deze nieuwe versie focust op twee belangrijke pijlers: wanneer en hoe het gebruik van AI moet worden vermeld, en 12 principes voor een verantwoord gebruik van AI in reclame.
Wanneer moet je AI-gebruik vermelden?
AI gebruiken betekent niet automatisch dat je reclame een AI-label nodig heeft.
Disclosure wordt relevant wanneer AI-gegenereerde of gemanipuleerde content realistisch genoeg is om als authentiek te worden beschouwd en de perceptie of het begrip van de consument kan beïnvloeden.
De richtlijnen helpen je dit te beoordelen aan de hand van drie praktische vragen:
- In welke mate werd AI gebruikt?
- Ziet de content er realistisch en geloofwaardig uit?
- Kan de content de perceptie of het begrip van de consument beïnvloeden?
Wanneer deze elementen wijzen op een aanzienlijk risico op verwarring, is labeling noodzakelijk.
De gids bevat daarnaast een praktische beslisboom, concrete voorbeelden en aanbevelingen voor disclosure bij beelden, video, audio, OOH en AI-gestuurde interacties.
12 principes voor verantwoord AI-gebruik
Transparantie is slechts één onderdeel van verantwoord AI-gebruik. Het vernieuwde kader bevat ook 12 principes die onder meer aandacht besteden aan menselijke controle, AI-geletterdheid en governance, inclusie, de bescherming van kwetsbare doelgroepen, milieu-impact, privacy, intellectuele eigendom, monitoring, eerlijke concurrentie, incidentbeheer en transparante samenwerking.
Samen bieden de richtlijnen een praktisch kader voor adverteerders, agencies, media en andere partners om innovatie, transparantie, consumentenbescherming en verantwoordelijkheid met elkaar in evenwicht te brengen.